Uit de praktijk: Het beslag op de roerende zaken

AGIN Otten Gerechtsdeurwaarders • 21 oktober 2019

Één van de meest ingrijpende executiemaatregelen die door een deurwaarder genomen kunnen worden betreft het beslag op de roerende zaken van een schuldenaar. Doorgaans wordt dit enkel toegepast indien de meer gangbare executiemaatregelen zoals bijvoorbeeld het leggen van derdenbeslag niet mogelijk zijn dan wel geen doel hebben getroffen. Daarnaast komt het wel eens voor dat het beslag roerende zaken op uitdrukkelijk verzoek van de klant (meestal een advocaat) moet worden gelegd. In dit artikel zal nader worden ingegaan op het fenomeen beslag roerende zaken.


Het beslag op de roerende zaken is geregeld in artikel 439 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en verder. Voorafgaand aan het leggen van een beslag op roerende zaken is het van belang dat er een geldige titel voorhanden is. Deze titel -bijvoorbeeld een vonnis van de rechter- dient tevens door de deurwaarder te zijn betekend, waarbij het van belang is dat de deurwaarder tevens bevel doet aan de schuldenaar om binnen twee dagen aan de executoriale titel te voldoen. Indien een schuldenaar niet aan het bevel voldoet, dan mag de deurwaarder beslag gaan leggen op de roerende zaken van de schuldenaar. Een heel belangrijk criterium daarbij is het zogenaamde ‘zichtvereiste’. Dit houdt in dat de deurwaarder de in beslag te nemen goederen letterlijk moet zien. Voertuigen van een schuldenaar die bijvoorbeeld voor de woning staan, kunnen zo in beslag genomen worden. Hetzelfde geldt voor goederen die in een woning staan en die de deurwaarder door het raam kan waarnemen. Op het moment dat de deurwaarder goederen aantreft, dan worden deze genoteerd en wordt er een zogenaamd proces-verbaal beslag roerende zaken opgemaakt. Een afschrift van dit proces-verbaal dient vervolgens binnen 3 dagen aan de schuldenaar te worden betekend, zodat deze ook weet heeft van het beslag. Ook staat in dit proces-verbaal een verkoopdatum (vanaf circa 4 weken na beslagdatum) van de roerende zaken. Belangrijk voor de schuldenaar is dat deze vanaf het moment van beslaglegging de zaken niet meer mag vervreemden. Mocht de schuldenaar alsnog tot vervreemding (bijvoorbeeld verkoop) van de in beslag genomen goederen overgaan, dan pleegt deze een strafbaar feit.


Er kan ook de situatie zijn dat de deurwaarder niemand op een adres aantreft die toestemming kan geven om de woning te betreden. De deurwaarder dient dan toestemming van een Hulpofficier van Justitie te krijgen om de woning binnen te treden. In de praktijk is het meestal zo dat de deurwaarder van tevoren een datum en tijdstip afstemt met de politie en een slotenmaker. Als er dan vervolgens niemand op een adres aanwezig is, dan kan de deurwaarder, na verkregen toestemming van de Hulpofficier van Justitie, de slotenmaker verzoeken het slot van de woning open te breken. Éénmaal ter plaatse zal de deurwaarder door de woning lopen en een beschrijving maken van de voor beslag vatbare goederen. Na het verlaten van de woning zal ook in deze situatie weer een proces-verbaal worden opgemaakt en zal dit aan de schuldenaar worden betekend.


Ook is het mogelijk, en soms wenselijk, dat de aangetroffen en in beslag genomen goederen direct door de deurwaarder worden meegenomen. Dit heet de gerechtelijke inbewaringgeving. In het geval van een voertuig bijvoorbeeld wordt het, nadat de deurwaarder het heeft aangetroffen en er beslag op heeft gelegd, door een takelbedrijf weggesleept.


In de praktijk beoogt de deurwaarder altijd om na het leggen van een beslag op de roerende zaken, algehele betaling af te dwingen dan wel nog een regeling met de schuldenaar tot stand te laten komen. In een groot aantal gevallen kan gesteld worden dat dit in de praktijk ook lukt. Hetzelfde kan gezegd worden over zaken waarbij de deurwaarder eerst nog de schriftelijke aankondiging doet aan de schuldenaar dat er op een bepaalde datum beslag op de inboedel gelegd gaat worden en dat de deurwaarder daarbij vertegenwoordigd wordt door politie en slotenmaker: een groot percentage van de schuldenaren wenst het niet zover te laten komen en neemt tijdig contact op om de openstaande vordering te betalen c.q. regelen.


Mocht de schuldenaar uiteindelijk in het geheel niet in actie komen of niet tot betaling kunnen of willen overgaan, dan kan de deurwaarder, uiteraard in samenspraak met de opdrachtgever, besluiten om de verkoop door te zetten. Na aftrek van de kosten wordt het overgebleven bedrag in mindering op de vordering gebracht.


Resumerend kan gesteld worden dat het beslag op de roerende zaken een weliswaar ingrijpend, maar vaak zeer effectief middel kan zijn om alsnog een dossier tot een goed einde te brengen.

door Agin Otten 23 december 2025
Als u een consument wilt aanmanen tot betaling, schrijft de Wet Incassokosten (WIK) voor dat u eerst een 14-­dagenbrief verstuurt. Zonder deze brief kunt u de incassokosten later niet volledig verhalen. AGIN Otten ziet regelmatig brieven die inhoudelijk niet correct opgesteld en berekend zijn, waardoor deze opnieuw verzonden moeten worden. Hoe voorkomt u dit? Wat moet erin staan? Het openstaande bedrag en factuurnummer. Een betaaltermijn van minimaal 14 dagen, gerekend vanaf de dag ná ontvangst van de aanmaning. Het exacte bedrag aan incassokosten volgens de WIK-staffel (minimaal €40). Het exacte bedrag aan eventueel te vorderen BTW (afhankelijk van het feit of u wel of geen BTW in rekening brengt op uw factuur). Duidelijke betaalinstructies en contactgegevens. Waarom zo strikt? De WIK beschermt consumenten tegen onverwachte kosten. Voor u betekent dit: alleen bij een correcte brief mag u incassokosten én wettelijke rente rekenen. Tip: Verstuur de brief ook per e-mail met leesbevestiging. Zo kunt u aantonen dat de termijn correct is gestart. Met een juiste 14-dagenbrief voorkomt u discussie en vergroot u de kans op volledige vergoeding van kosten. Klik hier om een voorbeeld te vinden van een correcte 14-dagenbrief en tevens een rekenmodule om het juiste bedrag aan incassokosten te berekenen. U treft hier tevens een aantal andere voorbeeldbrieven zoals een aanmaning en ingebrekestelling.
door Agin Otten 22 december 2025
De Hoge Raad heeft op 28 november 2025 prejudiciële vragen beantwoord over de invloed van artikel 3 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) op ontruimingsvorderingen (ECLI:NL:HR:2025:1799). Het antwoord op die vragen leidt tot een aanpassing van vereisten die de rechtbank stelt aan de informatie die de verhuurder in zo’n procedure moet verstrekken. De Hoge Raad overweegt dat de rechter, ook bij verstekzaken, verplicht is ambtshalve te onderzoeken of er minderjarige kinderen wonen in de te ontruimen woning. Daarbij moet de rechter ook informatie opvragen bij de verhuurder over welke mogelijkheden er zijn voor alternatieve huisvesting als die informatie niet al door de verhuurder zelf is verstrekt. Belangen van kinderen moeten een ‘eerste overweging’ zijn bij de beoordeling of een tekortkoming van de huurder ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. Dit betekent niet dat een ontruiming altijd moet worden afgewezen als het in het belang van de kinderen is dat zij in de woning blijven, maar hun belangen wegen wel zwaar mee. Ook de beschikbaarheid van alternatieve huisvesting speelt een belangrijke rol. Daarbij moet worden gekeken naar de kwaliteit en geschiktheid van die huisvesting, waarbij het vermijden van dakloosheid en het voorkomen van scheiding tussen kind en ouders vooropstaan. Tegelijk ligt de primaire verantwoordelijkheid voor het voorkomen van deze gevolgen bij de ouders en de overheid, niet bij de verhuurder. Van woningcorporaties kan meer worden verwacht op het gebied van alternatieve huisvesting dan van particuliere verhuurders. Tot slot kan de rechter bij toewijzing van de ontruimingsvordering rekening houden met de belangen van kinderen door bijvoorbeeld een langere ontruimingstermijn toe te kennen of de beslissing uit te stellen om het zoeken naar alternatieve huisvesting te faciliteren. Onder omstandigheden kan hij ook voorwaarden verbinden, zoals het voorzien in adequate opvang. Naar aanleiding van de uitspraak van de Hoge Raad verzoekt de rechtbank verhuurders expliciet aandacht te besteden aan de vraag óf er minderjarige kinderen in het gehuurde verblijven én welke mogelijkheden van alternatieve huisvesting er zijn. In tegenspraakzaken zal tijdens de mondelinge behandeling ook aandacht worden besteed aan deze onderwerpen. In verstekzaken zal via een tussenvonnis informatie worden opgevraagd als in de dagvaarding geen (volledige) informatie is opgenomen over de aanwezigheid van kinderen en de mogelijkheden van alternatieve huisvesting.
door Agin Otten 22 december 2025
Misschien heeft u er nog nooit van gehoord: een exploot. Toch kunt u er ooit mee te maken krijgen. Bijvoorbeeld als u een officiële brief ontvangt van een gerechtsdeurwaarder. Zo’n brief kan gaan over een rechtszaak, een betaling of een beslag. De wet zegt dat een gerechtsdeurwaarder dit soort officiële stukken niet op elke dag mag bezorgen. Er zijn dagen waarop dat niet mag. Die dagen heten explootvrije dagen. Voor 2026 zijn deze dagen vastgesteld. Op deze pagina leest u welke dagen dat zijn en wat dit voor u betekent. Ook als u hier nu nog geen ervaring mee heeft. Wat is een exploot? Een exploot is een officieel document dat door een gerechtsdeurwaarder wordt uitgereikt. Bijvoorbeeld: een dagvaarding om voor de rechter te verschijnen; een bericht over beslag; een andere officiële mededeling in een juridische procedure. Het uitbrengen van zo’n document heet een ambtshandeling. Dat betekent dat de deurwaarder dit doet namens de wet en volgens vaste regels. Wanneer mag een exploot niet worden uitgebracht? De wet bepaalt dat een gerechtsdeurwaarder op bepaalde dagen geen exploot mag uitbrengen. Dit zijn de zogenoemde explootvrije dagen. Deze regels zijn er om mensen te beschermen tegen ingrijpende juridische stappen op dagen waarop dat niet wordt verwacht, zoals zondagen en feestdagen. Ze zorgen voor rust en duidelijkheid. Zijn er uitzonderingen mogelijk? Ja, soms wel. In bijzondere situaties kan het nodig zijn om toch op een explootvrije dag een ambtshandeling te verrichten. Dat mag alleen als een rechter daar vooraf toestemming voor geeft. De schuldeiser moet hiervoor een verzoek doen bij de voorzieningenrechter. Zonder die toestemming mag de gerechtsdeurwaarder niet handelen. Explootvrije dagen in 2026 Op de volgende dagen mag een gerechtsdeurwaarder in 2026 geen exploot uitbrengen: Alle zondagen 1 januari - Nieuwjaarsdag 3 april - Goede vrijdag 6 april - Tweede Paasdag 27 april - Koningsdag 5 mei - Bevrijdingsdag 14 mei - Hemelvaartsdag 25 mei - Tweede Pinksterdag 25 december - Eerste Kerstdag 26 december - Tweede Kerstdag Deze dagen zijn vastgelegd in de wet en gelden elk jaar. 2. Gelijkgestelde explootvrije dagen (2026) Daarnaast zijn er dagen die door de overheid zijn aangewezen als gelijk aan een feestdag. In 2026 zijn dat: vrijdag 2 januari 2026; vrijdag 15 mei 2026 (de dag na Hemelvaart) Ook op deze dagen mag een gerechtsdeurwaarder geen exploot uitbrengen, tenzij de rechter daarvoor toestemming geeft. Waarom zijn explootvrije dagen belangrijk? Explootvrije dagen zorgen ervoor dat mensen niet onverwacht worden geconfronteerd met officiële juridische stappen op rustdagen. Dit draagt bij aan rechtszekerheid. Dat betekent: iedereen weet waar hij of zij aan toe is. Voor burgers, bedrijven en de rechtspraak. Wist u dat… een gerechtsdeurwaarder een exploot normaal gesproken alleen mag uitbrengen tussen 07.00 en 20.00 uur? Buiten deze tijden is toestemming van de rechter nodig. een gerechtsdeurwaarder onafhankelijk is? Hij voert de wet uit en kiest geen partij. De inhoud van de zaak beoordeelt de rechter. u een klacht kunt indienen als u denkt dat een gerechtsdeurwaarder zich niet aan de regels heeft gehouden? Dat kan bij de Kamer voor Gerechtsdeurwaarders . Wat betekent dit voor u? Als u ooit een exploot ontvangt, is het goed om te weten: er zijn vaste dagen waarop een gerechtsdeurwaarder geen exploten mag uitbrengen; uitzonderingen zijn alleen mogelijk met toestemming van een rechter; gerechtsdeurwaarders plannen hun werk zorgvuldig en volgens de wet. Twijfelt u over een document dat u heeft ontvangen? Dan is het verstandig om informatie in te winnen of om advies te vragen. Bron: KBvG
door Agin Otten 19 november 2025
Wat is executoriaal beslag? En wat is het verschil met conservatoir beslag? Ontdek het nu bij AGIN Otten.
door Agin Otten 19 november 2025
Kom er achter vanaf welk bedrag u een incassobureau kunt inschakelen en wat de voordelen zijn van inschakeling. Lees snel verder.
Hoofdelijke aansprakelijkheid
door Agin Otten 19 november 2025
Ontdek wat hoofdelijke aansprakelijkheid is, wanneer je het bent en verschillende voorbeelden.
wie helpt bij een alimentatie achterstand
door Agin Otten 14 november 2025
Heeft u te maken met een alimentatie-achterstand? Dan wilt u uiteraard weten hoe u dat geld alsnog kunt innen. Maar wat doet wie, en wanneer schakelt u welke partij in? In deze blog leggen we het uit.
Veelgestelde vragen over alimentatie en incasso
door Agin Otten 14 november 2025
In deze blog beantwoorden we de meest voorkomende én praktische vragen over alimentatie-incasso en de rol van de gerechtsdeurwaarder.
door Agin Otten 14 november 2025
Alimentatie moet jaarlijks worden verhoogd met een wettelijk vastgesteld indexeringspercentage, tenzij anders is afgesproken. Wanneer indexering jarenlang niet is toegepast, kan er een aanzienlijk bedrag aan achterstallige indexatie ontstaan.
Verjaring van alimentatie
door Agin Otten 14 november 2025
Alimentatie kan verjaren, waardoor u achterstallige bedragen mogelijk niet meer kunt innen. Zowel partner- als kinderalimentatie verjaren per maandtermijn na vijf jaar.